Juli
1999. Op de dinsdagmiddag van het Wereldkoren Festival te
Rotterdam schuif ik voor de lunch aan bij een jong iemand die in het
erop
volgende gesprek bleek een Australische componist te zijn: Matthew
Orlovich.
Nog geen half uur duurde ons gesprek maar hij wekte mijn interesse voor
Australisch koormuziek. Dat half uur legde de basis voor dit
koorproject.
Voorzien van enkele demo partituren en een CD was ik gauw overtuigd:
hier moet
ik ooit iets mee doen. Zo’n negen jaar later
blijkt Matthew Orlovich een gevestigde naam, het
contact werd hersteld en ook hij wilde graag meewerken aan dit project.
Hij heeft
speciaal voor dit project een arrangement geschreven van zijn werk
‘Night’ (2006) voor koor, clapsticks, digeridoo, marimba , vibrafoon, piano en percussie.
Australië
kent niet zo’n lange muziekgeschiedenis als die van
West-Europa: geen Ars
Antiqua, Ars Nova, Renaissance, Barok of Klassieke periode. De muziek
is dan
ook van veel recenter datum, en met een eigenheid die over een periode
van zo’n
150 jaar is ontwikkeld, en nog steeds ontwikkeld wordt. De Aboriginals,
de
ritmiek, de uitgestrektheid van de natuur in al zijn facetten, alsmede
de
levensfilosofie komen in de muziek aan de orde. Zulke muziek, van
geografisch grote afstand en van een andere cultuur is
een uitdaging voor dirigent en zangers om te brengen;
een
repertoire dat
zelden of nooit in Nederland wordt gehoord. De in Amsterdam wonende
Australische dirigente Jane Lang heeft ons bij aanvang van het
project
gedurende een aparte workshop dag op weggeholpen. Zij verbleef 6 maanden
bij de
Aboriginals en kon als ‘native Australian’ ons de
muzikale taal leren verstaan. Klik hier voor een kleine foto impressie van de workshopdag.
De concerten kregen de titel 'Tunggare' mee, wat in aboriginal
taal 'stem' of 'zingen' betekent. Het was tevens de titel van het
openingsstuk van Stephen Leek waarin alleen dit woord als tekst wordt
gebruikt.